Rotterdam. Mijn stad, mijn hart

Rotterdam. Mijn stad, mijn hart

De aflevering van ‘Mijn stad is mijn hart’ van VPRO Tegenlicht van zondag 28 oktober 2018 heeft mij aan het denken gezet. Ik heb altijd al gehouden van Rotterdam. Voordat ik in Rotterdam kwam wonen, wist ik dat ik in Rotterdam thuishoorde. En ik was niet de enige die dat wist. Regelmatig kreeg ik vragen of ik uit Rotterdam kwam, want ik had zo’n Rotterdams accent. Schijnbaar ben ik geboren met de Rotterdamse tongval en ben ik trotse bezitter van de ‘niet lullen, maar poetsen’ mentaliteit. Ik ben geboren en getogen in Middelburg, maar ik ben altijd Rotterdammer geweest.

Halsoverkop verhuisd

In 2007 ben ik in de havenstad terecht gekomen. Ik was zwanger van mijn tweede, jong en voelde dat ik langzaam wortel begon te schieten in mijn geboortestad. ‘Als ik nu niet ga, ga ik nooit meer,’ dacht ik. En met tien euro in mijn broekzak vertrok ik naar Zuid-Holland. Zonder plan, maar met een driejarige, een tweede op komst en een flinke portie vastberadenheid, stapte ik op de trein. Anderhalf uur later zette ik voet aan de grond in de Maasstad.

Thuiskomen

In Zeeland liet ik een eengezinswoning met drie slaapkamers, een voor-en achtertuin, een serre en een zolder achter voor een appartement in een vooroorlogse wijk in Charlois, Rotterdam-Zuid. De officiële benaming was appartement, maar het was eerder een hok. Het was zo klein, de hoekbank slokte driekwart van de woonkamer op. Ik nam niet de moeite om de woning op te knappen of dozen uit te pakken. ‘Het is tijdelijk,’ bleef ik tegen mezelf zeggen. Om iets te winnen, moest ik wat opgeven. In dit geval ruimte en zekerheid. Een jaar later verhuisde ik naar Kralingen-Crooswijk. Ik was eindelijk thuis.

Meisje in Rotterdam

Toen ik in Rotterdam kwam wonen, was ik een meisje. Ik was 24 jaar oud, moeder van (bijna) twee kinderen en ik had absoluut geen idee wat ik wilde met mijn leven. De relatie met de vader van mijn kinderen sneuvelde, toen we twee jaar in Rotterdam woonden. Hij ging terug. Het voelde alsof mijn leven uiteen viel. Alles wat ik had, wat ik kon hebben en alles wat ik wilde hebben, was ineens heel ver van mij verwijderd. En toch weigerde ik om, met hangende pootjes, terug te gaan naar een stad waar ik niet thuishoorde. Ik bleef.

Ruggengraat

Ik kreeg de kans om mezelf uit te vinden, te ontdekken en opnieuw op te bouwen in Rotterdam. De stad omarmde me en ik wilde nooit meer losgelaten worden. Het was een maatpak dat perfect past, een warme sjaal in een koude winter en een koud biertje op een zonnige zomerdag. We waren voor elkaar gemaakt. De havenstad heeft mij mezelf teruggegeven toen ik dacht dat ik alles kwijt was. En de aflevering ‘Mijn stad, mijn hart’ herinnerde mij daar aan. Ik ging een flink aantal keer goed op mijn muil, maar stond altijd op. Rotterdam was altijd mijn ruggengraat, mijn bron van inspiratie en mijn voorbeeld wanneer ik twijfelde en mijn gids als ik de weg kwijt dreigde te raken.

Mijn stad

Ondertussen ben ik bijna twaalf jaar verder en wil ik nooit meer anders. De grijze stad, de hoogbouw, de Maas, de skyline, de rauwe persoonlijkheid, de authentieke mentaliteit, de echte mensen, de superdiversiteit, de cultuur van en door alle Rotterdammers. Mijn wijk is Kralingen-Crooswijk. Mijn stad is Rotterdam. Ik ben een Rotterdammer. Ik hoor hier thuis. De stad vormde mij. Nu is het mijn beurt. Het is tijd om terug te geven wat ik allemaal heb gekregen. Rotterdam is namelijk ook mijn hart.

Volg:
Delen:

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.